4. Dans je eigen dans2018-12-09T11:13:10+00:00

Project Description

HOOFDSTUK 4
TURKIJE

DANS JE EIGEN DANS

DIT ZIJN DE NIEUWE SOEFI’S VAN TURKIJE  

Jongeren in Turkije kennen Rumi vooral van souvenirs en voorstellingen voor toeristen. Misschien kennen ze ook de oude soefi-kloosters waar Rumi’s volgelingen in het geheim samenkomen. Een jonge Turkse beweging voelt zich ongemakkelijk bij die uitersten van commercie en stiekem. Daarom bedenken ze zelf nieuwe manieren en plekken om Rumi’s poëzie te beleven. 

De jonge beweging ‘nieuwe soefi’s’ in Turkije is niet met elkaar verbonden door afkomst of religie, maar door een gedeelde zucht naar vrijheid en verbinding. Zo proberen ze ruimte te maken voor wat juist onder druk staat in het verdeelde Turkije van vandaag. En dat ze daar Rumi voor gebruiken, is begrijpelijk voor wie terugkijkt naar de recente geschiedenis van Turkije.

In 1923 vindt Turkije zichzelf opnieuw uit als moderne Republiek. Daarvoor waren de Turken eeuwenlang het centrum van het Ottomaanse Rijk. In de opbouw van een seculiere staat wordt hard gebroken met een lange Turkse geschiedenis waarin macht en religie, en met name het soefisme, nauw met elkaar waren verbonden.

Die breuk heeft ingrijpende gevolgen voor de Mevlevi’s, de volgelingen van Rumi. Hun vele kloosters werden gesloopt en uitbundige publieke rituelen verboden. De groep praktiserende Mevlevi’s in de Republiek wordt kleiner en gaat ondergronds. In geheime tekkes, hun kloosters, komen ze nu al decennia stiekem samen om te bidden, zingen of – zonder meekijkende toeristen – meditatief om hun eigen as rond te draaien.

Een vlag in Istanbul met het portret van Mustafa Kemal Atatürk, de grondlegger en eerste president van de Republiek Turkije. 

Vandaag ondergaat Turkije opnieuw een grondige herziening. Met president Erdoğan aan het roer gaat jong en Turks zijn over moslim-zijn, de waarde van je eigen familie en melancholie naar het Ottomaanse Rijk. Maar wat als je je als jonge Turk ongemakkelijk voelt bij dat nieuwe en politieke verhaal? Bij welk verhaal in Turkije hoor je dan wel? En wie horen daar nog meer bij?

Hier begint het verhaal van de jonge beweging nieuwe soefi’s. Want in die gedeelde zoektocht van veel Turkse jongeren, een soort ongrijpbaar heimwee, schuilt hun interesse voor Rumi en het soefisme. Als een vage herinnering, maar aangesproken door ideeën van vrijheid, tolerantie en verbondenheid; centrale thema’s in de poëzie van Rumi.

‘Het was alsof ik de taal van
Rumi kon herinneren.’

Seda hoort bij die groep ‘nieuwe soefi’’s’ van Turkije. Haar groot- en voorouders zijn Alewi Bektashi, een andere soefi-stroming in Turkije. Het soefisme hoorde generaties lang bij haar familie, maar Seda’s ouders verhuizen naar Istanbul en geven het soefi-erfgoed niet door. Als Seda zich lange tijd onbestemd en onrustig voelt gaat ze zelf op zoek naar haar roots. Ze vindt rust als ze Farsi, de taal van Rumi, gaat bestuderen en nieuwe vrienden als ze oude de soefi-muziek van haar voorouders leert spelen.

De muziek die decennia-lang verboden was, vindt door jonge muzikanten zoals Seda nu nieuwe podia en publiek in Turkije.

Het absolute hoogtepunt van de nieuwe soefi’s vindt ieder jaar plaats in Yalova, een kustplaats aan de westkust van Turkije. Daar bouwt de groep in de zomer een eigen tijdelijke tekke – waar een grote groep Turken, Syriërs, Amerikanen en Duitsers 144 dagen non-stop de sema danst en samen muziek maakt. Ze wisselen elkaar af in een soort spirituele estafette.

Toen het soefisme werd verboden na het uitroepen van de Turkse Republiek bleven een paar tekkes gespaard. Daar maakte het Ministerie van Cultuur musea van, om ook symbolisch duidelijk te maken dat de soefi-geschiedenis voortaan alleen als relikwie achter glas zou bestaan. Die musea zijn de plekken geworden waar drommen toeristen op afkomen om een voorstelling van de draaiende sema-dans te bekijken. 

De marathon dans in Yalova lijkt in niets op die van de officiële strak geregisseerde en besloten versie in de musea van het ministerie. Wel meer op hoe Rumi de dans ooit zelf is begonnen: spontaan en zonder rituele restricties. Rumi kon zomaar iets uitroepen, gesprekken beginnen of met zijn voeten op de grond stampen. 

Kamyar, de man van Seda, legt uit hoe de nieuwe versie van de sema-dans er in Yalova uitziet: ‘Het maakt niet uit hoe je draait.’ 

De vriendinnen Hilal en Bilgesu ontmoeten elkaar voor het eerst in de tijdelijke tekke in Yalova. Bilgesu groeit op in een overtuigd seculier gezin en leert pas als studente over Rumi. Hilal heeft strenggelovige Sunni ouders. Haar interesse voor Rumi beantwoord een diep onbegrip over de God waar haar ouders in geloven. ‘Ik bleef maar denken, dit is niet mijn God. Mijn God kan niet zulke regels bedenken. Het voelde verstikkend om alleen te leren over wat verboden of zondig is.’

Bilgesu en Hilal

Na Yalova blijven Hilal en Bilgesu in contact. Samen besluiten ze naar een oude tekke in Istanbul te gaan. Ze zijn nieuwsgierig naar andere mensen in Istanbul die zich ook soefi noemen. ‘De oude soefi’s waren op hun hoede. Begrijpelijk als je bedenkt want ze al hebben doorstaan. Van plunderingen en arrestaties wordt je vanzelf meer gesloten. We aten en bidden samen, iedereen was vriendelijk maar het was alsof de tijd daar eeuwen heeft stilgestaan. Het past niet bij ons.’

De vriendinnen gaan zelf op ontdekkingstocht om iets te vinden wat wel bij hun past. Ze nodigen iedere week een kleine groep  vrienden en Yalova-gangers uit op de universiteit in Istanbul. Voor iedere bijeenkomst kiezen ze een paar regels uit de Masnavi waar ze eerst samen een half uur op mediteren. Hilal: ‘Dan kijken we wat er maar bij ons opkomt. We kunnen dansen, zingen, tekenen – alles mag. 

Tijdens een van de eerste bijeenkomsten kozen we de derde en vierde regel van de Masnavi, waarin een rietfluit aan het woord is: ‘Sinds de tijd dat ik van het rietbed werd gescheiden, heeft mijn weeklacht man en vrouw aan het jammeren gebracht.’ Ik bleef die zinnen maar herhalen in mijn hoofd, en begon toen vanzelf iets te neuriën. Toen we met z’n allen aan het zingen waren werd ik heel emotioneel. Het was opeens geen gedicht meer, maar het was iets van ons – het was ook onze pijn, ons lijden in Turkije geworden.’

Dit was het laatste hoofdstuk van De Rumi Remedie. In het gastenboek vindt je nog meer korte verhalen van jongeren uit Afghanistan, Turkije en Nederland.